My Cart

Voeding

Voedergewassen, oftewel ruwvoer, bestaan uit peulvruchten en grassoorten. Te vinden in weiden en in hooi. Vaak bevatten weiden of grasvelden een mix van deze voedergewassen. De looptijd, bemesting, beheer en milieu factoren zorgen voor een variatie in beschikbare nutriënten. Een ander type voedergewas dat soms aan paarden wordt gegeven is bietenpulp, een bijproduct van suikerbieten. Bietenpulp heeft een hoog energie en vezelgehalte.

Peulvruchten

Peulvruchten als klaver of alfalfa hebben een hoge energie, calcium en eiwitgehalte dan grassoorten. Echter groeien peulvruchten pas met warm weer in combinatie met een goede bodem. Hooi met peulvruchten bevatten over het algemeen meer eiwitten, mineralen en calcium dan grashooi. De verhouding calcium:fosfor is dan niet optimaal, er moet daarom ook een ander voedergewas gevoerd worden om deze verhouding evenwichtig te krijgen.

Hooi

Hooi is het product van gedroogde grassoorten en peulvruchten. Hooi is het meest voedzaam als grassoorten gemaaid worden voordat de zaden rijpen en de stengels hard en dik zijn. De kleur van het hooi geeft een indicatie van het aantal nutriënten. Ook hoe het hooi ruikt en de textuur ervan zijn belangrijk. Om erachter te komen wat de daadwerkelijke nutritionele waarde van het hooi is moet dit onderzocht worden in een laboratorium.

Hooibalen 

Ronde balen kuilvoer bevatten gedroogde grassoorten geseald in luchtdichte folie. Als er gaten in de folie ontstaan wordt het gistingsproces weer actief waardoor het hooi bederft en gaat schimmelen. Als knaagdieren in de baal terecht komen en sterven kan er botulisme, intoxicatie, ontstaan en daarmee de hele baal besmetten.

Stro

Stro heeft een lage nutritionele waarde, bijna niets anders dan vezels. Het kan gebruikt worden als opvulling voor paarden die te snel hun krachtvoer nuttigen. Ook kan het gebruikt worden voor de behoefte aan vezels als het dieet merendeels bestaat uit krachtvoer. Over het algemeen wordt stro gebruikt voor vulling van de bodem van de stal om uitwerpselen en urine op te vangen.

Granen

Hele of gemalen granen zijn de meest voorkomende soorten krachtvoer.

Haver

Haver is één van de populairste soorten graan voor paarden. Het bevat een laag verteerbaar gehalte aan energie en is hoger in vezel dan de meeste granen. Het vormt een losse massa in de maag dat erg geschikt is voor het verteringsstelsel van het paard. Haver is dus goed verteerbaar en het meest smakelijk.

Mais

Na haver is mais het meest smakelijk graan. Het geeft twee keer zoveel meer verteerbare energie als haver met hetzelfde volume maar is laag in vezels. Hierdoor kan snel overgewicht ontstaan bij paarden, daarom wordt alleen mais zelden gevoerd. Ook moet er gelet worden op beschimmeld mais, omdat dit giftig is voor paarden.

Gerst

Gerst moet eerst verwerkt worden om het zaadhulsel te breken, waardoor er een betere verteerbaarheid ontstaat. Het wordt vaak gevoerd in combinatie met haver en mais.

Tarwe

Tarwe wordt vaak niet gebruikt in krachtvoer. Soms wordt het gebruikt in de vorm van tarwe en zemelen voor aanvullende voeding. Tarwe en zemelen bevatten een hoog gehalte aan fosfor. Hierbij moet er op gelet worden dat de verhouding calcium:fosfor niet verstoord wordt. Eens werden tarwe en zemelen aangeprezen voor hun laxatieve werking. Paarden, in tegenstelling tot mensen, halen genoeg vezels uit andere bronnen.

Log in

Cart