My Cart

Vitamine en mineralen

Paarden die niet onderworpen zijn aan intensieve arbeid of zware voorwaarden hebben voldoende aan vers en groene voedergewassen. Soms is het nodig om een vitamine supplement aan het paard te verschaffen als bijvoorbeeld de kwaliteit van het hooi niet optimaal is, het dier  stress heeft, wedstrijden moet lopen, niet goed eet, ziek is enzovoort. Graan heeft een andere samenstelling van nutriënten dan voedergewassen. Het moet daarom gedoseerd verschaft worden zodat er geen onbalans bestaat in vitaminen en mineralen.

Mineralen zijn nodig voor onderhoud en functie van het skelet, zenuwen en spieren. Dit zijn calcium, fosfor, natrium, kalium en chloride. Deze mineralen komen voor in hoog kwalitatief voedergewassen. Paarden hebben ook sporenelementen nodig, als magnesium, selenium, koper, zink en jodium. Normaal gesproken als paarden vers hooi consumeren en op een weiland staan krijgen ze voldoende mineralen binnen. Met uitzondering van natriumchloride (zout), wat verschaft moet worden. Bij voorkeur in de vorm van een zout liksteen. In sommige weiden is er een tekort aan sporenelementen, met inbegrip van selenium, zink en koper. In deze situaties, als de inname niet in de juiste verhoudingen worden aangevuld, kunnen gezondheidsproblemen en deficiëntie ziekten ontstaan.

Tabel 1 Behoefte vitaminen en mineralen per kg lichaamsgewicht van volwassen paarden

 

Basisbehoefte
per kg
lichaamsgewicht

Werkende paarden
per kg
lichaamsgewicht

Dracht
(laatste 3 mnd)

per kg
lichaamsgewicht

Lactatie 
(eerste 6 mnd)

per kg
lichaamsgewicht 

Calcium

0,052 gr.

0,06 – 0,08 gr.

0,06 – 0,07 gr.*

0,12 – 0,07 gr.

 Fosfor

0,037 gr.

0,04 – 0,06 gr.

 0,04 – 0,05 gr.*

 0,08 – 0,05 gr.

 Magnesium

 0,0195 gr.

0,019 – 0,030 gr.

0,015 gr.*

0,022 – 0,017 gr.

 Natrium

 0,026 gr.

0,03 – 0,08 gr.

0,02 gr.

0,03 – 0,02 gr.

Kalium

0,065 gr.

0,06 – 0,11 gr.

0,052 gr.

0,096 – 0,067 gr.

Koper

0,2 mg.

0,2 mg.

0,25 mg.

0,25 mg.

IJzer

0,8 mg.

0,8 mg.

1 mg.

1 mg.

Zink

0,8 mg.

0,8 mg.

0,8 mg.

0,8 mg.

Mangaan

0,8 mg.

0,8 mg.

0,8 mg.

0,8 mg.

Selenium

0,002 mg.

0,002 mg.

0,002 mg.

0,002 mg.

Jodium

0,007 mg.

0,007 mg.

0,008 mg.

0,007 mg.

Kobalt

0,001 mg.

0,001 mg.

0,001 mg.

0,001 mg.

Zwavel

0,03 mg.

0,03 mg.

0,03 mg.

0,03 mg.

Vitamine A

30 I.E.

45 I.E.

60 I.E.

60 I.E.

Vitamine D3

6,6 I.E.

6,6 I.E.

6,6 I.E.

6,6 I.E.

Vitamine E

1 mg.

1,6 - 2 mg.

1 mg.

2 mg.

Vitamine B1

0,06 mg.

0,06 – 0,125 mg.

0,06 mg.

0,075 mg.

Vitamine B2

0,04 mg.

0,04 – 0,05 mg.

0,04 mg.

0,05 mg.

Biotine

10 – 20 ug.

10 -20 ug.

10 – 20 ug.

10 – 20 ug.

Lysine

0,054 gr.

0,06 – 0,09 gr.

0,06 – 0,077 gr.**

0,17 – 0,13 gr.

* De behoefte van calcium, fosfor en magnesium loopt op in de laatste 5 maanden van de dracht in plaats van de laatste 3 maanden
** De behoefte van lysine loopt op in de laatste 7 maanden van de dracht in plaats van de laatste 3 maanden

Alle waarden zijn teruggerekend naar de eenheid per kg lichaamsgewicht. Bovenstaande tabel is toepasbaar voor pony’s/paarden van 300 – 700 kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: een paard van 600 kg die alleen in zijn basisbehoefte moet voorzien heeft 600 x 0,052 gr = 31,2 gram calcium per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen.

Tabel 2 Behoefte vitaminen en mineralen van jonge paarden

 

Veulen
(3 mnd)

Veulen
(6 mnd)

Jaarling
(12 mnd)

Jong paard
(24 mnd)

Volw. gewicht

400 kg

600 kg

400 kg

600 kg

400 kg

600 kg

400 kg

600 kg

Calcium (gr.)

 31

47

31

46

30

45

29

44

 Fosfor (gr.)

 17

26

17

26

17

25

16

24

 Magnesium (gr.)

 2,61

3,92

3,31

4,97

4,31

6,46

5,33

8

 Natrium (gr.)

 3

4,5

4

6

5,5

8,3

7

10,5

Kalium (gr.)

 7,9

11,8

10,4

15,6

13,9

20,9

17,6

26,4

Koper (mg.)

 28,4

42,6

43,2

64,8

64,2

96,4

85,8

128,8

IJzer (mg.)

 113,5

170,2

172,7

259,1

257

385,5

343,4

515

Zink (mg.)

90,8

136,2

138,2

207,3

205,6

308,4

274,7

412

Mangaan (mg.)

 90,8

136,2

138,2

207,3

205,6

308,4

274,7

412

Selenium (mg.)

 0,23

 0,34

0,35

0,52

0,51

0,77

0,69

1,03

Jodium (mg.)

 0,8

1,2

1,2

1,8

1,8

2,7

2,4

3,6

Kolbalt (mg.)

 0,1

0,2

0,2

0,3

0,3

0,4

0,3

0,5

Zwavel (mg.)

 3,4

5,1

5,2

7,8

7,7

11,6

10,3

15,5

Vitamine A (I.E.)

 5106

7659

7772

11658

11564

17346

15451

23177

Vitamine D3 (I.E.)

 2269

3404

3454

5181

5139

7709

6867

10301

Vitamine E (mg.)

 227

340

345

518

514

771

687

1030

Vitamine B1 (mg.)

 8,5

12,8

13

19,4

19,3

28,9

25,8

38,6

Vitam;ine B2 (mg.)

 5,7

8,5

8,6

13

12,8

19,3

17,2

25,8

Lysine (gr.)

 23

34

23

35

29

44

26

40

Bovenstaande waarden zijn behoeften per dag op basis van het geschat volwassen gewicht.17)

Vitamine A

Functie:

  • Basis component van het lichtgevoelige pigment van de staven in het netvlies, belangrijk voor zicht, vooral in de nacht.
  • Vergemakkelijkt cel differentiatie en regeneratie, belangrijk voor celgroei en genezing.

Bron:

  • Geproduceerd in het lichaam uit caroteen pigmenten, verworven uit groene voedergewassen, en opgeslagen in vetcellen. Overtollig vitamine A wordt opgeslagen in de lever voor gebruik in de toekomst. Wordt in de meeste commerciële diervoeders toegevoegd.

Onbalans risico’s:

  •  Een te weinig vitamine A komt bijna niet voor bij volwassen paarden die voldoende voedergewassen gevoerd krijgen. Bij veulens kan een tekort zich uitten in nachtblindheid en een te langzame groei.
  • Een overmaat aan vitamine A kan alleen ontstaan door over suppletie. Hooi en gras kunnen niet genoeg vitamine A voor het giftige niveau leveren. Tekenen van overmaat zijn doffe vacht, fragile botten, slechte lever en nierfunctie. Misvormde veulens waarbij de moeder tijdens de dracht een teveel heeft gekregen.

Vitamine B1 (thiamine)

Functie:

  • Wordt gebruikt voor het metaboliseren van koolhydraten en het opnemen van energie uit het dieet.

Bron:

  • Geproduceerd door gastro-intestinale bacteriën (microflora) maar in een hoeveelheid die niet voldoende is voor het paard. Vers en gedroogde voedergewassen en granen met luzerne zorgen voor voldoende vitamine B1.

Onbalans risico’s:

  • Een tekort is onwaarschijnlijk als het paard goede kwaliteit voedergewassen gevoerd krijgt. Echter kunnen parasieten of een intestinale ziekte zich mengen in de synthese van de vitamine in de darm. Sommige giftige planten, zoals varens, kunnen de absorptie verhinderen. Symptomen zijn lethargie, vermindering van de eetlust, nervositeit.
  • Een overmaat aan vitamine B1 komt bijna alleen voor bij sportpaarden die een injectie met de vitamine hebben gekregen voor een energie boost. Symptomen zijn prikkelbaarheid, in extreme gevallen kan er een moeizame ademhaling en convulsies ontstaan.

Vitamine C

Functie:

  • Vergemakkelijkt de synthese van collageen, het hoofdbestanddeel van bindweefsel.

Bron:

  • Geproduceerd in de lever uit glucose. Ingenomen vitamine C wordt afgebroken door gastro-intestinale bacteriën voordat het wordt afgegeven aan de bloedsomloop.

Onbalans risico’s:

  • Een tekort is onwaarschijnlijk omdat het lichaam de productie controleert.
  • Een langdurige over suppletie aan vitamine C kan er voor zorgen dat het lichaam zelf geen vitamine C meer produceert. Als men dan stopt met suppletie kan er een tekort ontstaan.

Vitamine D

Functie:

  • Vitamine D2 en D3 binden zich aan calcium en magnesium om de balans van elektrolyten in bio mineralisatie te behouden.
  • Reguleert de excretie van fosfaten in de urine.

Bron:

  • Geproduceerd in het lichaam door het ultraviolette licht uit zonnestralen.
  • Uit goede kwaliteit hooi.

Onbalans risico’s:

  • Symptomen van een tekort zijn een verminderde botdichtheid, gezwollen gewrichten, problemen met verplaatsen.
  • Een overmaat kan alleen door over suppletie ontstaan. Symptomen zijn verkalking van de hartspier en andere zachte weefsels.

Vitamine E

Functie:

  • Werkt samen met het mineraal selenium voor het tegengaan van potentieel schadelijke effecten van zuurstof bijproducten (vrije radicalen) geproduceerd tijdens normale cellulaire metabolisme.

Bron:

  • Groeiende voedergewassen zoals luzerne, Timothy en diverse grassoorten. Granen bevatten maar een kleine hoeveelheid vitamine E.

Onbalans risico’s:

  • Recente onderzoeken suggereren dat een tekort eerder ontstaat door een onvermogen om de vitamine te absorberen dan een onvoldoende inname. Symptomen zijn in jonge paarden snelle degeneratie van cardiale en skeletspieren. In volwassen paarden zijn symptomen bepaalde spieraandoeningen.
  • Een teveel aan vitamine E is nog niet onderzocht.

Vitamine H (Biotine)

Functie:

  • Helpt bij de synthese van vetten, eiwitten en glucose in het lichaam
  • Studies laten een verbetering van de kwaliteit van haar en hoeven zien, hoewel het mechanisme nog niet bewezen is.

Bron:

  • Gesynthetiseerd door gastro-intestinale bacteriën. Ook in kleine hoeveelheden uit planten te verkrijgen.

Onbalans risico’s:

  • Een tekort is nog niet gemeld. Hoewel analyse laat zien dat paarden met slechte hoeven geen lagere waarden aan vitamine H hebben. Toch hebben onderzoeken aangetoond dat een suppletie van 10 tot 20 milligram per dag de slechte kwaliteit van de hoeven kan verbeteren na een aantal maanden.
  • Toxiciteit is nog niet gemeld.

Vitamine K

Functie:

  • Is nodig voor het stollen van bloed.
  • Word gebruikt door een aantal eiwitten in het lichaam.

Bron:

  • K1 wordt verkregen uit verse en gedroogde bladerige planten.
  • K2 wordt gesynthetiseerd door gastro-intestinale bacteriën.
  • K3 is een gesynthetiseerde vorm en wordt vaak opgenomen in een vitamine supplement.

Onbalans risico’s:

  • Een tekort ontstaat wanneer de darm geen vitamine K kan synthetiseren of schade aan de lever maakt het onmogelijk om de vitamine te absorberen.
  • Sommige medicijnen mengen zich in de productie van vitamine K. Symptomen zijn interne en externe bloedingen.
  • Een teveel gebeurt alleen door oversupplementatie van vitamine K3 bij paarden die geen tekort hebben. Symptomen zijn nierschade, hoefbevangenheid en de dood binnen 12 uur.

Veulens en jong opgroeiende paarden hebben de eerste drie a vier jaar speciale voeding nodig met de juiste verhouding calcium:fosfor en andere sporenelementen. Calcium en fosfor zijn vereist in een specifieke verhouding van 1:1 of 2:1. Volwassen paarden kunnen een verhouding van 5:1 tolereren. Veulens niet meer dan 3:1. Het gehalte fosfor mag nooit hoger zijn dan het gehalte calcium. Na lange tijd zal dit uiteindelijk lijden tot een aantal mogelijk bot-gerelateerde problemen als osteoporose (poreuze botten). Arbeid en zweten verhoogt de behoefte van mineralen als natrium, kalium en chloride. Daarom is suppletie met elektrolyten vereist bij paarden die intensieve training ondergaan, met name in warm weer.

Log in

Cart